Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1

Artikel 1

Onderdeel van Verplaatsingskostenverordening

1. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: a. belanghebbende: de ambtenaar of gewezen ambtenaar in de zin van het Algemeen ambtenarenreglement; b. woonplaats: de gemeente of het bij name genoemde deel daarvan, waar de belanghebbende metterwoon is gevestigd; c. plaats van tewerkstelling: de gebruikelijke ingang van het gebouw, gebouwencomplex, terrein of vaartuig waar de belanghebbende gewoonlijk zijn werkzaamheden verricht, dan wel, indien de uitoefening van het ambt zich uitstrekt over een ambtsgebied, de door het bevoegde gezag aangewezen plaats; d. gezinsleden: de echtgenoot of levenspartner van de belanghebbende en de kinderen, stief- en pleegkinderen van hemzelf en/of van zijn echtgenoot of levenspartner, voor zover zij met hem samenwonen; e. eigen huishouding voeren: het zelfstandig en voor eigen rekening bewonen van woonruimte, voorzien van eigen meubilair en stoffering, een en ander ter beoordeling van het bevoegde gezag; f. berekeningsbasis: het twaalfvoud van de bezoldiging - in de zin van artikel C 1 van het Algemeen Ambtenarenreglement, dan wel hetgeen daarmede overeenkomt ingeval dat artikel niet op hem van toepassing is die belanghebbende geniet op het berekeningstijdstip, vermeerderd met de aanspraak op de vakantie-uitkering en in voorkomende gevallen verhoogd met: a. genoten wachtgeld of uitkering krachtens de Wachtgeldverordening of de Uitkeringsverordening; b. genoten uitkering krachtens dan wel overeenkomstig de Uitkeringsverordening functioneel leeftijdsontslag of de Uitkeringsverordening vrijwillig vervroegd uittreden; c. genoten herplaatsingstoelage krachtens hoofdstuk K van de Algemene burgerlijke pensioenwet (Stb. 1966, 6); g. berekeningstijdstip: 1e datum waarop de belanghebbende verhuist; 2e indien de belanghebbende verhuist voor de datum dat de functie feitelijk wordt vervuld, de datum van ingang van de functievervulling; 3e bij het overlijden of ontslag van de belanghebbende, de datum waarop laatstelijk bezoldiging werd genoten; h. verplaatsen en verplaatsing: verhuizen of verhuizing in opdracht van burgemeester en wethouders in belang van de dienst; i. dienstwoning: de door het bevoegde gezag aan de belanghebbende in verband met de uitoefening van zijn functie aangewezen woning; j. levenspartner: degene met wie de niet-gehuwde ambtenaar samenwoont, hetgeen blijkt uit een schriftelijke verklaring, ingericht volgens door burgemeester en wethouders nader te stellen regels. 2. Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel f wordt, indien de belanghebbende in het genot is van een toelage voor het verrichten van onregelmatige dienst, van een toelage ter compensatie van het verlies van de toelage voornoemd, of van een toelage voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten, dit bezoldigingsdeel vastgesteld op het bedrag dat de belanghebbende gedurende de drie kalendermaanden voorafgaande aan het berekeningstijdstip per maand aan deze toelagen heeft genoten.

Rechtspraak bij dit artikel