**1.** De tegemoetkoming in pensionkosten als bedoeld in artikel 7, tweede lid, bedraagt voor de belanghebbende die gewoonlijk met gezinsleden samenwoont 90% en voor de overige belanghebbenden 60% van de betaalde pensionkosten, voor zover deze kosten niet uitgaan boven de door het bevoegde gezag redelijk geoordeelde pensionkosten.
**2.** De tegemoetkoming in reiskosten voor gezinsbezoek dan wel voor het bezoeken van de plaats waar belanghebbende nog is gehuisvest is gelijk aan de kosten van het gebruik van het openbaar vervoer en wel naar het tarief van de laagste klasse.
**3.** Voor de belanghebbende als bedoeld in de tweede volzin van artikel 7, tweede lid, is de tegemoetkoming in de reiskosten gelijk aan de kosten van het openbaar vervoer naar de laagste klasse tot een maximum van f 160,-- per maand, welk bedrag wordt verminderd met een eigen bijdrage van f 68,--. Onverminderd het hiervoor bepaalde kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat, ten aanzien van door hen aan te wijzen plaatsen van tewerkstelling die niet per openbaar vervoer zijn te bereiken, de reiskosten f 0,25 per afgelegde kilometer bedragen. In die gevallen bedraagt het maximumbedrag aan reiskosten f 239,75 per maand, minus de eigen bijdrage van f 68,--.