**1.** De raad kan het uitzicht of het recht op pensioen geheel of
gedeeltelijk vervallen verklaren:
a. indien degene die dat uitzicht of recht heeft zich in vreemde
krijgsdienst of in vreemde overheidsdienst heeft begeven en naar
zijn oordeel zich daardoor uit Nederlands nationaal oogpunt
beschouwd onwaardig heeft gedragen;
b. indien degene die dat uitzicht of recht heeft wegens enig
strafbaar feit is veroordeeld waaruit naar zijn oordeel blijkt
dat hij zich uit Nederlands nationaal oogpunt beschouwd
onwaardig heeft gedragen;
c. indien degene die dat uitzicht of recht heeft overeenkomstig
artikel X8 van de Kieswet van het lidmaatschap van de raad
vervallen verklaard is;
d. indien het ontslag als wethouder die dat uitzicht of recht
heeft, voortvloeit uit het feit dat hij zich aan kennelijk
wangedrag of grove verwaarlozing van zijn taak heeft schuldig
gemaakt. Onder grove verwaarlozing van zijn taak wordt begrepen
het zonder genoegzame grond weigeren de in artikel 129 van de
gemeentewet bedoelde inlichtingen aan de raad te verstrekken.
**2.** In bijzondere gevallen kan de raad een door of als gevolg van de
toepassing van het vorige lid vervallen uitzicht of recht op
pensioen, geheel of gedeeltelijk herstellen.
Afdeling 2 › Hoofdstuk 4
Artikel 39
Vervallenverklaring van uitzicht of recht op pensioen
Onderdeel van Uitkerings- en pensioenverordening wethouders