Naar hoofdinhoud
1. Het college kan aan de eigenaar van een monument een subsidie verlenen voor de in het tweede lid opgesomde onderhoudswerkzaamheden. 2. De volgende werkzaamheden komen voor een onderhoudssubsidie in aanmerking: a. aan het dak: het incidenteel vernieuwen van pannen of het herstellen van leiwerk, het repareren en vernieuwen van zink en lood en het onderhoud van brand- en bliksembeveiliging; b. aan schoorstenen: reparaties; c. aan goten en regenafvoeren: het opheffen van verstoppingen, reparaties en schoonmaak, alsmede werkzaamheden die de waterhuishouding rondom het monument bevorderen; d. aan gevels: het herstellen van voeg- of pleisterwerk, reparaties aan natuursteen, baksteen, beton en houtwerk; e. buitenschilderwerk; f. aan ramen, deuren en kozijnen: reparaties en vervangingen; g. het opstellen van een bouwkundig inspectierapport; h. de kosten van het lidmaatschap, alsmede de inspectiekosten van de Stichting Monumentenwacht Gelderland. 3. De onderhoudssubsidie bedraagt maximaal 25% van de door het college subsidiabel verklaarde kosten van onderhoud tot een maximaal subsidiebedrag van € 3.190,- per monument per kalenderjaar. 4. De onderhoudssubsidie wordt niet verleend voor zover de kosten van het onderhoud op grond van een verzekering of anderszins worden gedekt.

Rechtspraak bij dit artikel