Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 26

Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen

Onderdeel van Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden

1. De vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie en haar subcommissies bedoeld in artikel 14 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden is gelijk aan het door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor gemeenteklasse 2 (10.001 – 20.000 inwonertal) vastgestelde maximum. 2. Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van een commissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96 van de Gemeentewet ontvangt. 3. De vergoeding als genoemd in het tweede lid bedraagt voor de voorzitter, en bij afwezigheid daarvan diens plaatsvervanger, van de Commissie voor de Behandeling van Bezwaarschriften € 185,-- (peildatum 1 januari 2009) per hoorzitting. De vergoeding als genoemd in het tweede lid bedraagt voor een lid van de Commissie voor de Behandeling van Bezwaarschriften € 145,-- (peildatum 1 januari 2009) per hoorzitting. 4. De vergoeding genoemd in het tweede lid bedraagt voor overige vergaderingen/bijeenkomsten van de Commissie voor de Behandeling van Bezwaarschriften de helft van de bedragen genoemd in het derde lid. 5. De vergoedingen, genoemd in het derde en vierde lid worden jaarlijks geïndexeerd conform het prijsindexcijfer lonen en salarissen op basis van de gemeentelijke begroting. 6. Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie a. als raadslid of wethouder; b. uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd; c. als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. 7. Voor werkzaamheden die vallen buiten de reguliere raadswerkzaamheden kan de raad een bijzondere raadscommissie instellen. 8. Door middel van een raadsbesluit beslist de raad bij het instellen van een bijzondere raadscommissie of er een vergoeding van 5% aan de leden ervan wordt toegekend. De vergoeding voor deze ingestelde bijzondere raadscommissie bedraagt 5% (maximaal) van de maandelijkse vergoeding voor raadsleden, exclusief onkostenvergoeding. 9. Reguliere raadscommissies die zijn ingesteld ter voorbereiding van de besluitvorming in de gemeenteraad op grond van artikel 82 van de Gemeentewet, vormen geen grond om de genoemde vergoeding in lid 8 toe te kennen. 10. De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste X% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van: a. een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en b. een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel