**1.** Alvorens zijn functie te aanvaarden legt degene die benoemd is tot ombudsman in handen van de voorzitter van de gemeenteraad de eed of belofte af, inhoudende dat hij:a. tot het verkrijgen van zijn benoeming aan niemand iets heeft gegeven of beloofd, noch zal geven of beloven;b. van niemand enige belofte, gunst of geschenk zal aannemen om in zijn functie iets te doen of na te laten;c. getrouw alle plichten zal vervullen, die hem bij of krachtens deze verordening zijn opgedragen.
**2.** De ombudsman- onverminderd het bepaalde in artikel 162 van het Wetboek van Strafverordening- is verplicht tot geheimhouding van hetgeen hem in zijn functie ter kennis komt en waarvan openbaarmaking de privacy van klager of van andere belanghebbenden op onevenredige wijze zou kunnen schaden, tenzij die openbaarmaking in verband met de rapportage van de ombudsman wenselijk is en klager en andere belanghebbenden vooraf schriftelijke instemming daarmee hebben betuigd.
Artikel 4
Eed of belofte en geheimhoudingsplicht:
Onderdeel van Verordening gemeentelijke ombudsman Druten 1998