**1.** De voorzitter bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen.
**2.** De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet.
**3.** Indien de voorzitter van de kamer op grond van het tweede lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan.
**4.** De voorzitter ziet erop toe dat tijdig al hetgeen op basis van het bepaalde in artikel 7:4 van de wet aan de commissie is kenbaar gemaakt, bekend is bij alle betrokken partijen.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2
Artikel 9
Hoorzitting
Onderdeel van Verordening bezwaarschriftencommissie inzake personele aangelegenheden