Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.7

Financiële tegemoetkoming

Onderdeel van Verordening voorzieningen gehandicapten Lansingerland

1. Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in de kosten als bedoeld in artikel 2.1, onder b en c indien in de financiering van het niet door subsidie gedekte deel van de voorziening is voorzien. 2. Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in de aanpassingskosten van woonwagens indien:a. de technische levensduur van de woonwagen nog minimaal vijf jaar is;b. de standplaats niet binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt;c. de woonwagen ten tijde van de indiening van de aanvraag voor een woonvoorziening bij de gemeente op de standplaats stond; end. de hoofdbewoner van een woonwagen in het bezit is van een bewoningsvergunning als bedoeld in de Woningwet. 3. Indien de technische levensduur van de woonwagen ten tijde van indiening van de aanvraag minder dan vijf jaar is of de standplaats van de woonwagen binnen vijf jaar voor opheffing in aanmerking komt, bedragen de maximale aanpassingskosten € 908,-. 4. Verhuis- en (her)inrichtingskosten.a. Burgemeester en wethouders kunnen een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder a verstrekken aan de gehandicapte of een persoon die op verzoek van de gemeente, ten behoeve van een gehandicapte de woonruimte, bestemd voor permanente bewoning, heeft ontruimd.b. Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële tegemoetkoming indien de gehandicapte niet voor het eerst zelfstandig gaat wonen, de gehandicapte niet verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden, de gehandicapte niet verhuisd is naar een AWBZ-inrichting (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) of een bejaardenoord en indien in de te verlaten woonruimte ergonomische belemmeringen zijn ondervonden, tenzij het een verhuizing naar een ADL-woning betreft.c. Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten indien de gehandicapte niet verhuisd is op een moment dat op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie de verhuizing ook zonder handicap algemeen gebruikelijk geacht zou zijn.d. Burgemeester en wethouders kunnen een voorschot verstrekken op de verhuiskostenvergoeding op basis van een aan hen overlegde en door hen goedgekeurde begroting. De definitieve vergoeding stellen zij vast aan de hand van een in te dienen declaratie met daarbij behorende bewijsstukken. 5. Burgemeester en wethouders verlenen slechts een financiële tegemoetkoming in dekosten van onderhoud, keuring en reparatie als bedoeld in artikel 2.1, lid 1, onder d indiena. de woonvoorziening in het kader van deze verordening, dan wel de Regeling Geldelijke Steun Huisvesting Gehandicapten, is verleend;b. de woonvoorziening voorkomt op de in bijlage II genoemde lijst voorzieningen;c. de gehandicapte ten tijde van het onderhoud, de keuring of reparatie de woonruimte als hoofdverblijf bewoont. 6. Burgemeester en wethouders kunnen een financiële tegemoetkoming in de kosten vantijdelijke huisvesting verlenen die door de gehandicapte moet worden gemaakt in verbandmet het aanpassen van:a. zijn huidige woonruimte;b. of de door de gehandicapte nog te betrekken woonruimte;c. de financiële tegemoetkoming onder a en b uitsluitend wordt verleend voor de periode, dat de aan te passen woonruimte ten gevolge van het realiseren van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en de gehandicapte als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan, met een maximum van 6 maanden. 7. In geval van huurbeëindiging van een aangepaste woonruimte, die voor meer dan € 7500,- isaangepast, kunnen burgemeester en wethouders een financiële tegemoetkoming verlenenaan de eigenaar van de woning in verband met derving van huurinkomsten voor de duurvan maximaal 6 maanden, waarbij de eerste maand huurderving niet voor een financiëletegemoetkoming in aanmerking komt. 8. Tijdelijke huisvesting.a. Burgemeester en wethouders kunnen een financiële tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting verlenen die door de gehandicapte moeten worden gemaakt i.v.m. het aanpassen van zijn huidige woonruimte of de door de gehandicapte nog te betrekken woonruimte, alleen voor de periode dat de woonruimte ten gevolge van het verrichten van de woningaanpassing niet bewoond kon worden en voor dubbele woonlasten komt te staan.b. Een tegemoetkoming in de kosten in verband met tijdelijke huisvesting wordt alleen verleend als de gehandicapte redelijkerwijs niet had kunnen voorkomen dat hij deze dubbele woonlasten zou hebben.c. De maximale termijn dat een tegemoetkoming in de kosten van tijdelijke huisvesting als bedoeld in het eerste lid wordt verstrekt, bedraagt 6 maanden.d. In de onder a bedoelde gevallen kan alleen een tegemoetkoming in de kosten worden verleend als deze kosten gemaakt werden i.v.m. het tijdelijk betrekken van een zelfstandige woonruimte of het tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte, of het langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte.e. De financiële tegemoetkoming bedraagt het bedrag van de werkelijk gemaakte kosten met een maximum van € 1361 als tegemoetkoming zoals bedoeld in lid 4 onder a en c en met een maximum van € 1361 als tegemoetkoming zoals bedoeld in lid 4 onder b. 9. a. De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening een financiële tegemoetkoming in de kosten van het treffen van een voorziening heeft ontvangen en die binnen een periode van vijf jaar na de datum van gereed melding van de werkzaamheden de woning verkoopt is gehouden om binnen een week na het passeren van de akte burgemeester en wethouders hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De meerwaarde die door het treffen van de voorziening is ontstaan dient eventueel gedeeltelijk aan de gemeente te worden teruggestortb. De restitutie als bedoeld in het eerste lid bedraagt:- voor het eerste jaar 100% van de meerwaarde;- voor het tweede jaar 80% van de meerwaarde;- voor het derde jaar 60% van de meerwaarde;- voor het vierde jaar 40% van de meerwaarde; en- voor het vijfde jaar 20% van de meerwaarde;in alle gevallen minus het percentage dat voor rekening van de eigenaar van de woonruimte is gekomen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel