Burgemeester en wethouders doen ten minste éénmaal per twee jaar aan de
raad verslag omtrent hetgeen is verricht ter uitvoering van artikel 30
van de wet. Daarbij wordt verantwoording afgelegd over de verslagen die
door de archivaris aan burgemeester en wethouders zijn uitgebracht in
verband met het beheer en het toezicht, bedoeld in de artikelen 14 en 19
van deze verordening.