**1.** Indien een belanghebbende een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan heeft betoond als bedoeld in artikel 18, tweede lid, van de wet, wordt onverminderd artikel 2, tweede lid, een maatregel opgelegd van twintig procent gedurende een maand.
**2.** Het college kan, in afwijking van het eerste lid, het percentage van de verlaging hoger of lager vaststellen, alsmede de duur van de maatregel inkorten of verlengen, rekening houdend met de ernst van de gedraging, de mate van verwijtbaarheid en de individuele omstandigheden van de belanghebbende.
**3.** Het college kan naast de maatregel uit het eerste lid, eveneens een uitkering verstrekken in de vorm van een geldlening gedurende de periode dat de belanghebbende als gevolg van zijn gedraging eerder of langer recht heeft op bijstand, indien de noodzaak tot bijstandsverlening het gevolg is van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan (artikel 48 lid 2 sub b WWB).
Hoofdstuk 4
Artikel 14
Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid
Onderdeel van Maatregelenverordening Wet werk en bijstand