**1.** Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur en
onverminderd het bepaalde in artikel II.25, eerste lid is het
verboden in de openbare wateren:a. met enig vaartuig langer dan
drie achtereenvolgende dagen of gedeelten daarvan op dezelfde
plaats ligplaats te hebben;b. met een vaartuig binnen vijf dagen
nadat het is verplaatst op dezelfde plaats opnieuw een ligplaats
in te nemen;c. een vaartuig langer dan acht achtereenvolgende
uren onbemand te laten. Een vaar- tuig wordt geacht gedurende
acht achtereenvolgende uren onbemand te zijn, indien dat
vaartuig gedurende acht opeenvolgende uren op tenminste vier
tijdstippen met tussenpozen van tenminste twee uren onbemand is
aangetroffen.
**2.** Wanneer een vaartuig wordt verplaatst naar een plaats, liggende
op minder dan tweehonderd meter hemelsbreed gemeten van de oude
ligplaats, wordt het geacht op dezelfde plaats te zijn blijven
liggen.
**3.** Het in het eerste lid van dit artikel gestelde verbod is niet
van toepassing op:a. vaartuigen welke zijn gelegen in/aan door
het Dagelijks Bestuur aangewezen (jacht-) havens en particuliere
steigers;b. de veerpont van de exploitant van het veer, die
bestemd is voor dit veer over de Rotte.
Hoofdstuk 2 › Afdeling C
Artikel 2.27
Driedagenregeling
Onderdeel van Algemene verordening Recreatieschap Rottemeren