**1.** Behoudens een ontheffing van het Dagelijks Bestuur is het
verboden in de openbare wateren één of meer aanleggelegenheden,
steigers, vlonders, plankieren, verharde terrassen, palen,
beschoeiingen, oeververdedigingen, golfbrekers, hijsmasten,
hijskranen, vlotten, bruggen, botenhuizen, bergruimten,
optrekjes, onderkomens, windschermen en erfafscheidingen - voor
zover die erfafscheidingen hoger zijn dan 1 meter boven het
maaiveld - te maken of te hebben.
**2.** Het is de eigenaar, de andere zakelijk gerechtigde, de bezitter,
de houder of de gebruiker van een onroerende zaak in de openbare
wateren verboden de in het eerste lid bedoelde werken toe te
laten of te gedogen op die onroerende zaak.
**3.** Het is verboden in de openbare wateren één of meer havens te
maken of te hebben, boezemland te doorgraven, terreinen op te
hogen, wateren geheel of gedeeltelijk te dempen of te
verondiepen dan wel oevers aan te plempen.
**4.** Het is de eigenaar, de andere zakelijk gerechtigde, de bezitter,
de houder of de gebruiker van een onroerende zaak in de openbare
wateren verboden de in het eerste lid bedoelde wateren,
doorgravingen, ophogingen, dempingen, verondiepingen of
aanplempingen toe te laten of te gedogen op die onroerende
zaak.
**5.** De in het eerste tot en met vierde lid vervatte verboden zijn -
voorzover niet anders bepaald in deze verordening - niet van
toepassing:a. voor zover in het geregelde onderwerp niet wordt
voorzien door de Wet milieubeheer, de Wet verontreiniging
oppervlaktewateren, de Wet bodembescherming of de
Natuurbeschermingswet;b. op ten hoogste drie door een agrarisch
productiebedrijf voor agrarische doeleinden gebruikte
aanleggelegenheden, waarvan de gezamenlijke oppervlakte niet
meer dan zes m2 bedraagt en welke zijn gelegen op of aan het tot
dat bedrijf behorende terrein en in goede staat van onderhoud
verkeren.
**6.** Een ontheffing van het bepaalde in het eerste tot en met vierde
lid kan worden geweigerd:a. ter bescherming van terreinen of
wateren van ecologische, natuurwetenschappelijke,
cultuurhistorische, archeologische, recreatieve of toeristische
waarden;b. op grond van gehele of gedeeltelijke onbruikbaar
maken van een watergebied voor de ecologische infrastructuur of
de recreatie;c. op grond van belemmering van de recreatie op, in
en bij het water;d. op grond van belemmering van het in goede
banen leiden van vormen van recreatie op, in en bij het
water.
Hoofdstuk 2 › Afdeling C
Artikel 2.31
Voorzieningen
Onderdeel van Algemene verordening Recreatieschap Rottemeren