De wethouder ontvangt een reiskostenvergoeding voor de ten behoeve van
de gemeente zakelijke reiskosten. De vergoeding betreft:a. bij gebruik
van openbare middelen van vervoer: een volledige vergoeding van de
reiskosten;b. bij gebruik van een eigen personenauto: de vergoeding als
bedoeld in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
wethouders;c. een vergoeding van de noodzakelijke en redelijkerwijs
gemaakte verblijfkosten;d. Op aanvraag worden de reiskosten voor de
zakelijke reizen van de wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling
voor gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de
eerste volzin is vastgesteld vindt op aanvraag saldering van de
reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder plaats
overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling binnenland, artikel 2a van
de Reisregeling buitenland en artikel 13a van de krachtens het
Verplaatsingskostenbesluit 1989 vastgestelde Verplaatsingskostenregeling
1989.
Hoofdstuk 2
Artikel 4
Zakelijke reiskosten
Onderdeel van Verordening voorzieningen wethouders, lokale uitwerking van het rechtspositiebesluit wethouders