Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2

Artikel 10

Overleg programma en overzicht; advies Onderwijsraad

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs

1. Alvorens het college het programma en het overzicht vaststelt, worden de bevoegdegezagsorganen in een overleg in de gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomeninhoud van dat voorstel naar voren te brengen. 2. Het overleg als bedoeld in het eerste lid vindt plaats voor 15 September. De bevoegde gezagsorganenworden ten minste twee weken voor de door het college vastgestelde datum schriftelijkdaarvan in kennis gesteld. Zij worden hierbij tevens in kennis gesteld van de voorgenomeninhoud van het voorstel. 3. De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg als bedoeld in het eerste lid,kunnen voor de in het tweede lid bedoelde datum hun zienswijze schriftelijk kenbaar maken aanhet college. Het college stelt de deelnemers aan het overleg hiervan in kennis. 4. Van de in het overleg door de bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen, van detijdig ingediende, schriftelijk kenbaar gemaakte zienswijzen en van de reactie van het college opdeze zienswijzen, wordt door het college een verslag gemaakt. Het verslag wordt toegezondenaan alle bevoegde gezagsorganen. 5. Indien een bevoegd gezag of het college een advies wenst van de Onderwijsraad over hetvoorstel met betrekking tot de voorgenomen inhoud van het programma in relatie tot de vrijheidvan richting en de vrijheid van inrichting, dan wordt dit door het bevoegd gezag of het collegetijdens het overleg als bedoeld in het eerste lid kenbaar gemaakt. Dit gebeurt aan de hand vaneen schriftelijk gemotiveerde omschrijving van de onderwerpen waarover het advies van deOnderwijsraad wordt verwacht. Hierbij wordt tevens het verband aangegeven tussen dezeonderwerpen en de vrijheid van richting en de vrijheid van inrichting. 6. De bevoegde gezagsorganen en het college worden in het overleg in de gelegenheid gesteld hunzienswijzen naar voren te brengen over een verzoek om advies van de Onderwijsraad. Hetschriftelijke verzoek om advies en de daarover naar voren gebrachte zienswijzen maken deel uitvan het verslag van het overleg als bedoeld in het vierde lid. 7. Het college is belast met de indiening van een verzoek om advies bij de Onderwijsraad. Daarbijzorgen zij ervoor dat de Onderwijsraad alle stukken, waaronder het schriftelijk verslag van hetoverleg met de daarin opgenomen zienswijzen, ontvangt die nodig zijn voor de beoordeling vanhet verzoek. 8. Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies wordt zo spoedig mogelijk doorhet college toegezonden aan de bevoegde gezagsorganen. Indien het geheel of gedeeltelijkopvolgen van het advies van de Onderwijsraad zou leiden tot een of meer inhoudelijkebijstellingen van de voorgenomen inhoud van het programma, dan worden de bevoegdegezagsorganen door het college bij de toezending van het afschrift van het advies uitgenodigdvoor een nader overleg.In alle andere gevallen beoordeelt het college of nader bestuurlijk overleg over het advies vande Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij de toezending van het afschriftvan het advies van de Onderwijsraad. 9. Het nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt binnen twee weken plaats na toezendingvan het advies van de Onderwijsraad aan de bevoegde gezagsorganen. Het college maakt van ditoverleg een verslag en voegt dit toe aan het verslag als bedoeld in het vierde lid.

Rechtspraak bij dit artikel