Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.4

Artikel 16

Instemming bouwplannen en begroting; tijdstip aanvang bekostiging; toetsing wettelijke voorschriften en nieuwe feiten en omstandigheden; overlegging offertes

Onderdeel van Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs

1. Nadat de overeenstemming als bedoeld in artikel 15, derde lid, is bereikt en voorafgaand aan hetverlenen van een bouwopdracht, dient de aanvrager met inachtneming van de hierover gemaakteafspraken, de bouwplannen, de desbetreffende begroting en een aanduiding van het tijdstipwaarop de bekostiging een aanvang dient te nemen, ter instemming in bij het college. 2. Binnen zes weken na ontvangst,. beslist het college over de instemming met de bouwplannen ende desbetreffende begroting en over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang kan nemen.Het college kan, onder mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn verlengen met drieweken. Indien niet binnen deze termijn is besloten, wordt geacht instemming te zijn verleendmet de bouwplannen en de begroting en vangt de bekostiging aan op het door de aanvrageraangegeven tijdstip.Binnen twee weken na de datum van de beslissing over het bouwplan, de desbetreffendebegroting en het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang neemt, deelt het college debeslissing schriftelijk mee aan de aanvrager. 3. Bij de beslissing als bedoeld in het tweede lid stelt het college eveneens vast of de feiten enomstandigheden waarin de school verkeert ten opzichte van de feiten en omstandigheden tentijde van de vaststelling van het programma, al dan niet ingrijpend zijn gewijzigd. Bij een naarhet oordeel van het college ingrijpende wijziging van de feiten en omstandigheden komt devoorziening alsnog niet voor bekostiging in aanmerking. 4. De instemming met de bouwplannen, de instemming met de begroting, de toetsing of voldaanwordt aan de bij of krachtens de wet gestelde voorschriften, en de toetsing of er sprake is vannieuwe feiten en omstandigheden kunnen achterwege blijven als naar het oordeel van hetcollege dat niet noodzakelijk is gezien de inhoud van de in het programma opgenomenvoorziening. Het college doet hiervan mededeling aan de aanvrager in het overleg als bedoeld inartikel 15. 5. De indiening van de in het eerste en het tweede lid bedoelde begroting blijft achterwege indienhet de uitvoering betreft van een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid, laatste volzin.De beslissing van het college als bedoeld in het tweede lid betreft dan uitsluitend de beoordelingvan het bouwplan. Daarbij zijn de genoemde termijnen in het tweede lid van overeenkomstigetoepassing. 6. Nadat het college met het bouwplan van een voorziening als bedoeld in artikel 4, derde lid,laatste volzin, heeft ingestemd, overlegt de aanvrager met inachtneming van de hierovergemaakte afspraken als bedoeld in artikel 15, tweede lid, aan het college de aan de aanvrageruitgebrachte offertes voor de uitvoering van de voorziening. Het college beslist binnen vierweken na ontvangst van de offertes over het bedrag dat definitief beschikbaar wordt gesteldvoor de uitvoering van de voorziening en over het tijdstip waarop de bekostiging een aanvangkan nemen. De aanvrager wordt binnen twee weken na de datum van deze beslissing hiervanschriftelijk in kennis gesteld. Voor de vaststelling van het definitieve bedrag is de offerte met delaagste prijsstelling bepalend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel