Naar hoofdinhoud
1. Op de begraafplaats(en) kunnen worden uitgegeven: a. eigen gravenb. eigen kindergraven c. eigen urnengraven;d. eigen urnennissen;e. algemene gravenf. algemene kindergraven 2. De algemene graven worden onderverdeeld in:a. (kelder)graven waarin gelegenheid wordt gegeven om lijken te begraven voor de tijd van tien jaren;b. kindergraven waarin gelegenheid wordt gegeven om lijken van kinderen beneden de 12 jaar te begraven voor de tijd van tien jaren. 3. De eigen graven worden onderverdeeld in:a. graven uitgegeven voor de tijd van 20 jaar;b. kindergraven uitgegeven voor de tijd van 20 jaar. 4. Het in het derde lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd telkens met een termijn van 10 jaren. 5. Een recht als in derde lid van dit artikel bedoeld, kan slechts aan een rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel 13, eerste lid. Verlening van het recht ten behoeve van een ander is slechts mogelijk indien daarvoor gewichtige redenen bestaan. 6. Het in het derde lid van dit artikel bedoelde recht kan niet langer gelden dan tot het tijdstip waarop het terrein feitelijk aan zijn bestemming als begraafplaats zal zijn onttrokken. 7. In eigen en algemene graven wordt in 2 lagen boven elkaar begraven, uitgezonderd de algemene begraafplaats te Berkel en Rodenrijs waar in 3 lagen boven elkaar wordt begraven. Op de algemene begraafplaats te Bleiswijk wordt in de keldergraven eveneens in 3 lagen boven elkaar begraven. 8. Levenloos geboren kinderen of kinderen overleden beneden de leeftijd van tien dagen, welke gelijktijdig en tezamen in één kist met het lijk van hun moeder worden begraven, worden voor de toepassing van deze verordening en de verordening op de heffing en invordering van begraaf- en andere rechten voor de algemene begraafplaatsen als één lijk beschouwd. 9. Levenloos geboren meerlingen of meerlingen die overleden zijn voordat zij de leeftijd van tien dagen hebben bereikt en gelijktijdig samen in één kist worden begraven, worden voor de toepassing van deze verordening en de verordening op de heffing en invordering van begraaf- en andere rechten voor de algemene begraafplaatsen als één lijk beschouwd. 10. De eigen urnengraven worden uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor het daarin bijzetten van ten hoogste twee asbus(sen), met of zonder urn(en). 11. De eigen urnennissen worden uitgegeven voor de tijd van 20 jaren, bestemd voor de bijzetting van ten hoogste twee asbussen (afmetingen nis 30 x 30 cm). Op de begraafplaats van Berkel en Rodenrijs worden tevens urnennissen uitgegeven voor ten hoogste vier asbussen (afmetingen nis 30 x 50 cm).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel