Naar hoofdinhoud
1. De grafbedekking kan na het verstrijken van de graftermijn in opdracht van het college worden verwijderd. 2. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop de grafbedekking zal worden verwijderd door middel van een op het te ruimen graf te plaatsen bordje door het college bekendgemaakt, tenzij het adres van de rechthebbende bij het college bekend is. In dat geval maakt het college aan hem uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief hun voornemen bekend. 3. Op grond van een daartoe door de rechthebbende bij het college ingediende aanvraag, blijft de grafbedekking na verwijdering nog gedurende twaalf weken ter beschikking van degene aan wie een vergunning als bedoeld in artikel 15 was verleend. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede lid van dit artikel genoemde termijn. 4. De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien:a. geen verzoek op grond van het derde lid is ingediend en de termijn waarbinnen dit verzoek had kunnen worden ingediend, is verstreken;b. de grafbedekking niet binnen twaalf weken nadat deze van het graf is verwijderd, is afgehaald. 5. Een ieder moet gedogen dat grafbedekking of andere op het graf geplaatste voorwerpen tijdelijk worden weggenomen of worden verplaatst, indien dit ter begraving van lijken in de nabijheid van het betreffende graf of om andere redenen noodzakelijk is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel