Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 21

Ruiming, bezorging van overblijfselen en as

Onderdeel van Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Lansingerland 2009

1. Het voornemen van het college om een graf te ruimen wordt gedurende ten minste een jaar voorafgaande aan het tijdstip waarop het graf geruimd zal worden door middel van een bij het te ruimen graf te plaatsen bordje ter kennis van de belanghebbenden gebracht. Indien het adres van de rechthebbende op het graf aan hen bekend is deelt het college schriftelijk mee wanneer de termijn van uitgifte gaat verstrijken. Als de rechthebbende geen verzoek indient om de termijn te verlengen maakt het college uiterlijk een jaar voor het genoemde tijdstip per brief het voornemen tot ruiming bekend. 2. De bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen van lijken en de as worden begraven op een van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaatsen. 3. Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf en rechthebbenden op een eigen graf kunnen gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn bij de beheerder een aanvraag indienen om bij ruiming de overblijfselen, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving elders. 4. De rechthebbende op een eigen urnengraf of urnennis kan bij de beheerder een aanvraag indienen de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien.

Rechtspraak bij dit artikel