Voor de toepassing van deze verordening wordt:a. onder gemeentelijke
riolering mede het voor de openbare dienst bestemde gemeentewater
begrepen;b. onder eigendom verstaan een roerende of onroerende zaak;c. onder
aansluiting van een eigendom verstaan het leggen door de gemeente van een
buisleiding van het in de openbare weg aanwezige afvoerstelsel tot aan het
eigendom waarvoor de aansluiting plaatsvindt, om voor dat eigendom een
directe of indirecte lozing op de gemeentelijke riolering mogelijk te
maken.d. onderscheid gemaakt in:1. Aansluitingen in het kader van de
aansluitplannen; hieronder worden verstaan aansluitingen van eigendom zoals
benoemd in de vastgestelde aansluitplannen, met uitzondering van eigendommen
die, na vaststelling van de aansluitplannen, gesloopt zijn. De betreffende
aansluitplannen betreffen:* Aansluitplan riolering buitengebied voor de
gemeente Berkel en Rodenrijs (definitief), d.d. 25 november 2003, opgesteld
door Tauw bv, rapportnummer R001-3958809COR-D04-R;* Saneringsplan
ongezuiverde lozingen gemeente Bleiswijk (definitief), d.d. 3 mei 2004,
opgesteld door Grontmij Advies & Techniek bv, documentnummer 99052258,
revisie d1;* Aansluitplan ongezuiverde lozingen Gemeente Bergschenhoek
(definitief), d.d. 6 december 2004, opgesteld door Grontmij Nederland bv,
documentnummer 99057822-Velde/LV, revisie D3.2. Overige rioolaansluitingen;
hieronder worden verstaan alle nieuwe aansluitingen die niet onder artikel
1, lid d, onderdeel 1 vallen.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van een eenmalig rioolaansluitrecht 2009