Naar hoofdinhoud
1. De raad beslist over het burgerinitiatief:a. Of in de eerstvolgende vergadering na ontvangst van het advies van de voorzitter bedoeld in artikel 7, eerste lid, dat het burgerinitiatief voldoet aan de eisen van artikel 5 en artikel 6;b. Of in de eerstvolgende vergadering na afloop van de termijn als bedoel in artikel 7, tweede lid. 2. Indien de raad het burgerinitiatief in behandeling neemt, stelt hij tegelijkertijd vast of gebruik wordt gemaakt van een van de mogelijkheden genoemd in het derde en het vierde lid van dit artikel en bepaalt in welke raadsvergadering besluitvorming over het burgerinitiatief zal plaatsvinden. 3. De raad kan een burgerinitiatief om advies voorleggen aan het college. Hij stelt daarbij een termijn vast waarbinnen dit advies moet zijn uitgebracht. 4. De raad kan besluiten om over een burgerinitiatief het advies in te winnen van een commissie. Hij stelt daarbij een termijn vast waarbinnen dit advies moet zijn uitgebracht. 5. Beraadslaging en besluitvorming over een burgerinitiatief vindt plaats binnen acht weken nadat de raad heeft besloten om het burgerinitiatief in behandeling te nemen. Deze termijn kan ten hoogste eenmaal met vier weken worden verlengd. 6. Indien een burgerinitiatief wordt ingediend in de maanden juli of augustus kunnen de termijnen genoemd in het zesde lid, met acht respectievelijk vier weken worden verlengd.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel