**1.** Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in
artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit: a. de
resultaten van een recent verkennend onderzoek verricht volgens
NEN 5740; b. de resultaten van het nader onderzoek, verricht
volgens het Protocol Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1994)
of de Richtlijn Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1995), in
het geval de resultaten van het verkennend onderzoek uitwijzen
dat sprake is van bodemverontreiniging waarvan op grond van dat
verkennend onderzoek nog geen uitspraak gedaan kan worden over
de ernst van de verontreiniging; c. Indien op basis van het
vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest,
daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of -stof, in de
bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats volgens NEN
5707.
**2.** De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld
in artikel 1.2.5, onderdeel e, van de Bijlage bij het Besluit
indieningsvereisten geldt niet indien het bouwen betrekking
heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een
bouwwerk als genoemd in het Besluit vergunningsvrije en
licht-vergunningplichtige bouwwerken. Deze verwijzing geldt niet
voor de hoogtebepalingen in het Besluit vergunningsvrije en
licht-vergunningplichtige bouwwerken.
**3.** Burgemeester en wethouders verlenen geheel of gedeeltelijk
ontheffing van de plicht tot het indienen van een
onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 1.2.5, onderdeel e van
de Bijlage bij het Besluit indieningsvereisten, indien voor de
toepassing van artikel 2.4.1 bij de gemeente reeds bruikbare
onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.
**4.** Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van de plicht tot
het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel
1.2.5, onderdeel e van de Bijlage van het Besluit
indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning, indien de locatie
onverdacht is, danwel de gerezen verdenkingen een volledig
veldonderzoek volgens NEN 5740 niet rechtvaardigen. In
bovengenoemde gevallen kan worden volstaan met het indienen van
het uitgevoerde historisch onderzoek.
**5.** Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige
bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te
vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt
begonnen.