Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 1

Artikel 2.1.5

Bodemonderzoek

Onderdeel van Bouwverordening gemeente Lansingerland 2010

1. Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat uit: a. de resultaten van een recent verkennend onderzoek verricht volgens NEN 5740; b. de resultaten van het nader onderzoek, verricht volgens het Protocol Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1994) of de Richtlijn Nader Onderzoek deel 1 (SDU, uitgave 1995), in het geval de resultaten van het verkennend onderzoek uitwijzen dat sprake is van bodemverontreiniging waarvan op grond van dat verkennend onderzoek nog geen uitspraak gedaan kan worden over de ernst van de verontreiniging; c. Indien op basis van het vooronderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of -stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats volgens NEN 5707. 2. De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 1.2.5, onderdeel e, van de Bijlage bij het Besluit indieningsvereisten geldt niet indien het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in het Besluit vergunningsvrije en licht-vergunningplichtige bouwwerken. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in het Besluit vergunningsvrije en licht-vergunningplichtige bouwwerken. 3. Burgemeester en wethouders verlenen geheel of gedeeltelijk ontheffing van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 1.2.5, onderdeel e van de Bijlage bij het Besluit indieningsvereisten, indien voor de toepassing van artikel 2.4.1 bij de gemeente reeds bruikbare onderzoeksresultaten beschikbaar zijn. 4. Burgemeester en wethouders verlenen ontheffing van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport als bedoeld in artikel 1.2.5, onderdeel e van de Bijlage van het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning, indien de locatie onverdacht is, danwel de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740 niet rechtvaardigen. In bovengenoemde gevallen kan worden volstaan met het indienen van het uitgevoerde historisch onderzoek. 5. Indien het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel