**1.** Bij het indienen van de aanvraag moet de aanvrager gebruikmaken
van een door of vanwege burgemeester en wethouders vastgesteld
formulier.
**2.** De aanvraag moet inhouden: a. correspondentieadres van de
aanvrager in Nederland; b. indien een gemachtigde is aangewezen,
diens naam en adres; c. naam en adres van degene, die met het
slopen zal worden belast; d. de kadastrale aanduiding van het
perceel, waarop zich het te slopen bouwwerk bevindt en het
huisnummer van het bouwwerk. Indien de sloopwerkzaamheden
bestaan uit asbestverwijdering van meer dan één bouwwerk in het
kader van hetzelfde project, wordt een lijst met bedoelde
kadastrale aanduidingen en huisnummers van de desbetreffende
bouwwerken bijgevoegd, welke lijst ingevolge het negende lid is
gewaarmerkt; e. een exacte aanduiding van het gedeelte van een
bouwwerk waarop de sloopwerkzaamheden betrekking hebben, indien
niet het gehele bouwwerk wordt gesloopt; f. het doel, waarvoor
het bouwwerk c.q. het te slopen gedeelte van het bouwwerk
laatstelijk is gebezigd; g. mededeling of een bouwvergunning is
of zal worden aangevraagd voor een op het perceel van het te
slopen bouwwerk c.q. het te slopen gedeelte van het bouwwerk op
te richten of te veranderen of uit te breiden bouwwerk; h. een
beschrijving van de wijze waarop het slopen zal plaatsvinden; en
voorts, indien van toepassing; i. het sloopveiligheidsplan.
**3.** In de aanvraag wordt gemotiveerd aangegeven of het te slopen
bouwwerk asbest bevat. Asbest wordt niet vermoed aanwezig te
zijn indien bij de aanvraag een van de volgende gegevens wordt
overgelegd: a. een afschrift van het
asbestinventarisatierapport, uitgevoerd door een deskundig
asbestonderzoeksbedrijf, waaruit blijkt dat er zich geen asbest
in het te slopen bouwwerk bevindt; b. een
asbestonderzoeksrapport opgesteld vóór 1 juli 1997 dat voldoet
aan de eisen in BRL 5052, uitgave 1998, waaruit blijkt dat er
zich geen asbest in het te slopen bouwwerk bevindt; indien het
bedoelde asbestonderzoeksrapport is opgesteld vóór 1 juli 1993,
dient tevens een schriftelijke verklaring van de aanvrager te
worden overgelegd dat er geen veranderingen van het te slopen
bouwwerk hebben plaatsgevonden, waarbij asbesthoudende
materialen zijn toegepast; c. een schriftelijk bewijsstuk dat
het te slopen bouwwerk is gebouwd na 1 januari 1994; d. bij
woningen of naar bouwconstructie of materiaaltoepassing
vergelijkbare, niet tot bewoning bestemde bouwwerken en
bijgebouwen: een schriftelijke verklaring van de bouwer van het
te slopen bouwwerk dat hij hierin geen asbest heeft toegepast,
alsmede een schriftelijke verklaring van de aanvrager dat er
sinds het tijdstip van de bouw geen veranderingen hebben
plaatsgevonden, waarbij asbesthoudende materialen zijn
toegepast; e. bij sloop van bepaalde materialen: een
schriftelijke verklaring van de fabrikant of de leverancier dat
het te slopen materiaal geen asbest bevat, alsmede een
schriftelijke verklaring van de aanvrager dat het materiaal van
deze fabrikant of leverancier afkomstig is. Indien geen van
bovenvermelde gegevens bij de aanvraag wordt overgelegd, wordt
vermoed dat het bouwwerk asbest bevat, tenzij de aanvrager in
vergelijkbare situaties andere gegevens verstrekt die dit
vermoeden naar het oordeel van burgemeester en wethouders
voldoende weerleggen.
**4.** Indien – gelet op het derde lid – wordt vermoed dat het bouwwerk
asbest bevat of de aanvrager weet of redelijkerwijs kan weten
dat zich in het bouwwerk asbest bevindt wordt met een
asbestinventarisatierapport van een deskundig bedrijf aangetoond
of dit juist is, en zo ja, waar dit asbest zich bevindt. Indien
geen asbestinventarisatierapport van een deskundig bedrijf wordt
overgelegd, moeten bij de aanvraag andere gegevens worden
overgelegd waaruit blijkt of asbest aanwezig is, en zo ja, waar
dit asbest zich bevindt. Aan deze eis wordt geacht te zijn
voldaan indien a. de aanvraag sloopvergunning uitsluitend
betrekking heeft op het verwijderen van asbest op in de aanvraag
aangeduide plaatsen, of b. een asbestonderzoeksrapport als
bedoeld in lid 3, onder b bij de aanvraag is gevoegd.
**5.** Indien op grond van het historisch gebruik te verwachten valt
dat een te slopen bouwwerk c.q. een te slopen gedeelte van een
bouwwerk is verontreinigd met de als gevaarlijk aangeduide
afvalstoffen van hoofdstuk 17 van de Afvalstoffenlijst behorende
bij de Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL; Stcr. 17
augustus 2001, nr. 159, blz. 9), dient een onderzoek te worden
ingesteld naar de vermoedelijke verontreiniging en moet het
rapport met de uitslag van dit onderzoek bij de aanvraag om
sloopvergunning worden gevoegd.
**6.** De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in vijfvoud
worden ingediend.
**7.** De aanvraag en de daarbijbehorende bescheiden moeten in het
Nederlands zijn gesteld.
**8.** De aanvraag mag meer dan één bouwwerk betreffen, indien zij
betrekking heeft op bouwwerken op hetzelfde terrein of op met
elkaar samenhangende terreinen dan wel indien zij betrekking
heeft op asbestverwijdering van meer dan één bouwwerk in het
kader van hetzelfde project.
**9.** De bij de aanvraag om sloopvergunning behorende bescheiden
moeten door de aanvrager of diens gemachtigde ondertekend dan
wel gewaarmerkt worden.
**10.** Indien de aanvraag het gedeeltelijk slopen van een bouwwerk
betreft, moeten uit de aanvraag en de daarbijbehorende
bescheiden de bestaande en de nieuwe toestand duidelijk
blijken.
**11.** De aanvrager krijgt door of namens burgemeester en wethouders
een bewijs van ontvangst toegezonden of uitgereikt, waarin de
datum van ontvangst is vermeld.
**12.** Een aanvraag om sloopvergunning geldt tevens als melding van het
voornemen tot slopen voor zover dit slopen betrekking heeft op
asbest.
**13.** Een aanvraag om sloopvergunning voor werkzaamheden waarvoor geen
sloopvergunning is vereist wordt, voor zover dit slopen
betrekking heeft op asbest, aangemerkt als melding als bedoeld
in artikel 8.2.1.
Hoofdstuk 8 › Paragraaf 1
Artikel 8.1.2
Aanvraag sloopvergunning
Onderdeel van Bouwverordening gemeente Lansingerland 2010