**1.** De maatstaf van heffing van het recht als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is de waarde in het economisch verkeer van het op de riolering aangesloten eigendom;
**2.** Onder de waarde in het economisch verkeer wordt verstaan de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het in artikel 6 bedoelde kalenderjaar valt;
**3.** Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, eerste en derde lid, 19, eerste lid, onderdelen b en c, 20, tweede lid van de Wet waardering onroerende zaken.