**1.** De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat
vanuit het perceel wordt afgevoerd.
**2.** Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van
het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is
toegevoerd. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode
van twaalf maanden wordt de hoeveelheid water door herleiding naar
tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt een gedeelte van een
kalendermaand voor een volle maand gerekend.
**3.** De op voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd water
wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is afgevoerd. In dat
geval geldt de verplichting dat de hoeveelheid water die daadwerkelijk
is afgevoerd middels meting wordt aangetoond door
belastingplichtige.
Artikel 5
Maatstaf van heffing
Onderdeel van Tweede wijzigingsverordening op de Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2009