Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 26

Kosten in verband met tijdelijke huisvesting

Onderdeel van Verordening Voorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Lansingerland 2009

1. Het college van burgemeester en wethouders verleent een persoonsgebonden budget in de kosten van tijdelijke huisvesting die door de persoon met beperkingen moet worden gemaakt in verband met het aanpassen van:a. zijn huidige woonruimte;b. de door de persoon met beperkingen nog te betrekken woonruimte. 2. Het persoonsgebonden budget als bedoeld in het eerste lid wordt verleend uitsluitend voor de periode, dat de aan te passen woonruimte ten gevolge van het realiseren van de woningaanpassing niet bewoond kan worden en de persoon met beperkingen als gevolg daarvan voor dubbele woonlasten komt te staan. 3. Het college van burgemeester en wethouders verleent slechts een persoonsgebonden budget in de kosten van tijdelijke huisvesting als de persoon met beperkingen redelijkerwijs niet kan voorkomen dat hij dubbele woonlasten heeft. 4. De maximale termijn waarvoor het college van burgemeester en wethouders een persoonsgebonden budget in de kosten van tijdelijke huisvesting, als bedoeld in het eerste lid, verleent, bedraagt drie maanden. 5. Het college van burgemeester en wethouders verleent uitsluitend een persoonsgebonden budget in de kosten van tijdelijke huisvesting als bedoeld in het eerste lid als deze kosten gemaakt worden in verband met het:a. tijdelijk betrekken van een zelfstandige woonruimte;b. tijdelijk betrekken van een niet-zelfstandige woonruimte, of;c. langer moeten aanhouden van de te verlaten woonruimte. 6. De hoogte van het persoonsgebonden budget bedraagt de werkelijke kosten van huur van de persoon met beperkingen voor de door hem bewoonde tijdelijke woonruimte daar waar het de extra woonlasten in verband met tijdelijke huisvesting betreft.

Rechtspraak bij dit artikel