**1..** De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken
van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van
personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan
degene die strafbare feiten of openbare orde verstorende
handelingen verricht een verbod opleggen om zich gedurende 24
uur te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of in
de nabijheid waarvan de gedragingen hebben plaatsgehad.
**2..** Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
burgemeester aan degene aan wie eerder een verbod als bedoeld in
het eerste lid is opgelegd en ten aanzien van wie wordt
geconstateerd dat hij opnieuw strafbare feiten of openbare orde
verstorende handelingen verricht, een verbod opleggen om zich
gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste acht
weken te bevinden op in dat verbod aangewezen plaatsen, waar of
in de nabijheid waarvan de gedragingen hebben plaatsgehad.
**3..** Een verbod krachtens het tweede lid kan slechts worden opgelegd
indien de strafbare feiten of openbare orde verstorende
handelingen binnen zes maanden na het opleggen van een eerder
verbod, opgelegd op grond van het eerste of tweede lid, zijn
geconstateerd.
**4..** De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede gestelde
verboden, indien dat in verband met de persoonlijke
omstandigheden van betrokkene noodzakelijk is.
**5..** Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
burgemeester opgelegd verbod.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 15
Artikel 2.77a
Gebiedsontzeggingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Lansingerland 2010