Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 14

- De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen

Onderdeel van verordening wet inburgering 2010

1.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 250 indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet. 2.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoeld in artikel 9 van deze verordening. 3.. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet verlengde termijn het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II heeft behaald. 4.. De boete bedraagt ten hoogste € 500 indien de vrijwillige inburgeraar de verplich-tingen in de overeenkomst, bedoeld in artikel 9 van deze verordening, niet nakomt. 5.. De boete wordt afgestemd op de ernst van de overtreding, de mate waarin de inburgeraar de overtreding kan worden verweten en de omstandigheden waarin hij verkeert.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel