Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Ondertekening en ondertekeningsmandaat

Onderdeel van Algemene bevoegdhedenbesluit Vlissingen 2010

Uit het krachtens mandaat genomen besluit moet blijken dat het besluit krachtens mandaat is genomen namens het bestuursorgaan (artikel 10:10 van de Awb). Zou niet zijn vermeld dat het besluit namens het bevoegde bestuursorgaan is genomen, dan ontstaat de indruk dat het besluit door de gemandateerde op eigen naam is genomen, terwijl bedoeld was in mandaat te beslissen. De aanduiding in het onderschrift van het besluit dat is besloten namens het bestuursorgaan voorkomt misverstanden. Artikel 10:11, eerste lid, van de Awb, biedt de mogelijkheid tot verlenen van ondertekeningsmandaat, tenzij een wettelijk voorschrift of de aard van de bevoegdheid zich daartegen verzet. Het gaat hier dus om de figuur dat het bestuursorgaan zelf beslist, maar de ondertekening van het besluit overlaat aan een ander. Bestuursorganen moeten in hun mandaatbesluiten helderheid bieden of beslissingsmandaat dan wel alleen ondertekeningsmandaat wordt verleend. Bovendien moet uit het besluit, bij voorkeur uit het onderschrift, blijken dat ‘slechts’ sprake is geweest van ondertekeningsmandaat. Een standaardonderschrift zoals “overeenkomstig het door [het bestuursorgaan] genomen besluit” kan hierbij uitkomst bieden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel