Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Slotbepalingen

Onderdeel van Algemene bevoegdhedenbesluit Vlissingen 2010

De mandaatverlening is een publiekrechtelijke rechtshandeling; de schriftelijke verlening van mandaat levert dan ook een besluit op. Hetzelfde geldt voor de intrekking van mandaat. Nu de verlening van mandaat in de regel bij (mandaat)besluit geschiedt, betekent dit logischerwijze dat het mandaat pas geldt als het mandaat besluit op de juiste wijze is bekendgemaakt (artikel 3:40 van de Awb). Artikel 3:42 van de Awb regelt de wijze van bekendmaking van het mandaatbesluit. Een bekendmaking aan de gemandateerde alléén volstaat niet, een ieder moet kunnen nagaan of en zo ja aan wie voor een bepaalde besluitbevoegdheid mandaat is verleend. Jurisprudentie: Zoals de Afdeling eerder (uitspraak van 2 november 2000, in zaak nr. E03.99.0375) heeft overwogen, is het voldoende indien een mandaatbesluit overeenkomstig art. 3:41 lid 1 Awb is bekendgemaakt door uitreiking of toezending aan de mandataris, omdat het besluit primair tot hem is gericht. Nu de hulpofficier van justitie in het besluit van 17 januari 2009 van het ondertekeningsmandaat gebruik heeft gemaakt, moet ervan worden uitgegaan dat hij van het mandaatbesluit in kennis is gesteld. Nu het mandaatbesluit niet onrechtmatig is, moet worden geconcludeerd dat het besluit van 17 januari 2009 niet onbevoegd is genomen. (ABRS, 24-03-2010, 200907060/1/H3, LJN BL8720 JB 2010/117) In ABRS 24 maart 2010 stelt de Afdeling onder verwijzing naar ABRS 2 november 2000 (E03.99.0375) dat het voldoende is indien het mandaatbesluit overeenkomstig artikel 3:41, eerste lid, van de Awb is bekendgemaakt dooruitreiking of toezending aan de mandataris, omdat het besluit primair tot hem is gericht (ABkort 2010, 125; JB 2010, 117). Deze uitspraak is opmerkelijk omdat in de literatuur en in de memorie van toelichting bij artikel 10:5 van de Awb wordt gesteld dat een mandaatbesluit een besluit van algemene strekking is en volgens de regels van artikel 3:42 van de Awb bekend gemaakt moet worden (Kamerstukken II, 23700, nr. 3, p. 173).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel