Het is verboden om in een archeologisch monument of een
archeologisch verwachtingsgebied de bodem te verstoren.
Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien;
het een verstoring betreft van een archeologisch
monument of archeologisch verwachtingsgebied als
aangegeven op de gemeentelijke archeologische
verwachtingskaart of de gemeentelijke beleidsadvieskaart
en waarbij die verstoring plaatsvindt:
in een gebied met middelmatige archeologische
verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
kleiner is dan 5000 m2 en niet dieper dan 40cm,
of;
in een gebied met een hoge archeologische
verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
kleiner is dan 500 m2 en niet dieper dan 40cm,
of;
in een gebied met zeer hoge archeologische
verwachtingswaarde en het te verstoren gebied
kleiner is dan 25 m2 en niet dieper dan 20cm
in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen
omtrent archeologische monumentenzorg.
in een afwijkingsbesluit als bedoeld in de artikelen 2.12, lid 2, 2.12, lid 1, onder a. sub 2 en 2.12, lid 1, onder a sub 1 van de Wabo
voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische
monumentenzorg.
het college nadere regels stelt met betrekking tot de
uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een
verstoring van een archeologisch monument of
archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op
gemeentelijke archeologische waardenkaart of de
gemeentelijke beleidsadvieskaart.
een rapport is overlegd waarin de archeologische waarde
van het te verstoren terrein naar het oordeel van
burgemeester en wethouders in voldoende mate is
vastgesteld en waaruit blijkt dat:
het behoud van de archeologische waarden in
voldoende mate kan worden geborgd; of
de archeologische waarden door de verstoring
niet onevenredig worden geschaad; of
in het geheel geen archeologische waarden
aanwezig zijn.