Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt
of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen
laste behoort te blijven, kent het college hem op zijn aanvraag
een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe, indien de
schade in relatie staat tot:
de weigering van het college een vergunning als bedoeld
in artikel 9 van deze verordening te verlenen;
de voorschriften door het college verbonden aan een
vergunning als bedoeld in artikel 9;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld
in artikel 9, derde lid;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld
in artikel 13, tweede lid onder d;
een aanwijzing als bedoeld in artikel 14, tweede lid,
tweede volzin.
Voor de behandeling van de aanvragen zijn de bepalingen van de
verordening ter regeling van de procedure bij toepassing van
artikel 6.1 en 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening van
overeenkomstige toepassing.