Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 3
vergoeding verleend voor reiskosten ter zake van andere dan de in artikel 3
bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente gemaakt.
De vergoeding betreft:
bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een
taxi:een volledige vergoeding van de reiskosten;
bij gebruik van een eigen personenauto:de vergoeding als bedoeld
in artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie
wethouders;
een vergoeding van noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte
verblijfskosten.
Op aanvraag worden de reiskosten voor de zakelijke
reizen van de wethouder gesaldeerd overeenkomstig de regeling voor gemeentelijk personeel.
Indien geen regeling als bedoeld in de eerste volzin is vastgesteld vindt op
aanvraag saldering van de reiskosten voor de zakelijke reizen van de wethouder plaats
overeenkomstig artikel 4a van de Reisregeling binnenland, artikel 2a van de
Reisregeling buitenland en artikel 13a van de krachtens het Verplaatsingskostenbesluit 1989
vastgestelde Verplaatsingskostenregeling 1989.