Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Begraafplaatsverordening 1994

1.. Geen graf mag ter begraving of voor het daarin bijzetten van een asbus worden geopend of daarna worden gedicht dan op last van en onder toezicht van de directeur of van een door deze aangewezen ambtenaar. 2.. Het bijzetten van urnen met asbussen in of op de graven is geoorloofd. De plaatsing van deze urnen dient te geschieden met inachtneming van de dienaangaande door burgemeester en wethouders vast te stellen voorschriften. 3.. Geen begraving geschiedt zonder overlegging van het schriftelijk verlof van de ambtenaar van de burgerlijke stand en van het bewijs van voldoening van de verschuldigde rechten. 4.. Geen bijzetting van een asbus geschiedt: zonder dat de bus hermetisch is gesloten en daarop de naam en voornamen van de overledene in onuitwisbare letters staan vermeld, zulks overeenkomstig de wet; zonder verklaring van de directeur van het crematorium, waar de verbranding heeft plaatsgevonden, dat de officier van justitie het schriftelijk verlof, bedoeld in het Crematoriumbesluit, heeft verleend. zonder overlegging van het bewijs van voldoening van de verschuldigde rechten.

Rechtspraak bij dit artikel