**1..** Bij overlijden van degene, die ingevolge artikel 13 het uitsluitend recht heeft verkregen tot het doen begraven in een bepaalde grafruimte of het doen bijzetten van asbussen, zal de overboeking van deze ruimte geschieden op de naam van één persoon, op aanvraag van de wettige erfgenamen van de overledene en tegen overlegging van de nodige bescheiden.
**2..** In bijzondere gevallen, ter beoordeling van burgemeester en wethouders, kan overboeking van het uitsluitend recht tot het doen begraven in een bepaalde grafruimte plaatshebben op aanvraag van de rechthebbende op dat graf.
**3..** Voor de overboekingen, bedoeld in het eerste en tweede lid, is het recht verschuldigd, vastgesteld bij afzonderlijke verordening.
**4..** Indien binnen een termijn van 1½ jaar na het overlijden van de rechthebbende op een grafruimte geen aanvraag is gedaan tot de overboeking, als bedoeld in het eerste lid, vervalt het recht op de grafruimte.
**5..** Burgemeester en wethouders zijn bevoegd in bijzondere gevallen, na het verstrijken van de in het vierde lid genoemde termijn, alsnog een aanvraag tot overboeking in behandeling te nemen.