De aanslagen moeten uiterlijk worden betaald op de laatste dag van de maand volgend op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld.
In afwijking van het eerste lid kunnen de aanslagen in acht gelijke termijnen worden betaald, indien aan het navolgende wordt voldaan:
De aanslagen zijn opgelegd in het kalenderjaar waarop zij betrekking hebben;
het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen onroerende-zaakbelastingen of andere heffingen moet niet meer zijn dan € 5.000,00.
de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven.
De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgende op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2011