Naar hoofdinhoud

Artikel 4.

Criteria voor naamgeving

Onderdeel van Regeling naamgeving en nummering (adressen) Vlissingen 2010

1.. Namen mogen geen aanstoot geven. 2.. Namen mogen zich niet makkelijk laten verbasteren naar belachelijke of dubbelzinnige namen. 3.. Namen moeten eenvoudig en eenduidig uit te spreken zijn. 4.. Namen of begrippen moeten algemeen bekend, dan wel te begrijpen zijn en bij voorkeur samengesteld zijn uit Nederlandse termen. Uitzondering kan gemaakt worden voor lokaal bekende namen of begrippen en buitenlandse namen en begrippen waarvan de betekenis verondersteld wordt algemeen bekend te zijn. 5.. Namen moeten eenduidig en correct gespeld zijn (voorkeursspelling volgens het Groene Boekje). Uitzondering kan gemaakt worden voor historische namen of begrippen of namen of begrippen in dialect waarvan de schrijfwijze verondersteld wordt algemeen bekend te zijn. 6.. Namen moeten passen bij de openbare ruimten. 7.. Nieuwe namen mogen niet gelijk zijn aan of te veel lijken op bestaande namen. 8.. Namen mogen ten hoogste 80 posities lang zijn (Wet op de basisregistraties adressen en gebouwen). 9.. Bedrijven worden niet vernoemd. Uitzondering kan gemaakt worden voor bedrijven die op grond van historie en/of traditie op een speciale manier aan stad of streek verbonden zijn of waren. 10.. Personen worden met grote terughoudendheid vernoemd en dan alleen als ze: van onbesproken gedrag en onomstreden zijn; van uitzonderlijk groot belang en beeld bepalend zijn (geweest) voor stad of streek of de samenleving in bredere zin; en (de nabestaanden) geen bezwaar hebben tegen vernoeming. 11.. Historische namen worden alleen gebruikt als de situering ter plaatse geschiedkundig verantwoord is.

Rechtspraak bij dit artikel