Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 (Stb. 1994, 475) aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven; parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters, en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats ten aanzien waarvan het parkeren geregeld wordt door parkeerapparatuur; koopavond: de donderdagavond en andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen koopavonden. koopzon- en feestdagen: de als zodanig krachtens artikel 3 Winkeltijdenwet 1996 en artikel 4 van de verordening winkeltijden voor de gemeente Arnhem (1997) aangewezen zon- en feestdagen waarop winkels voor het publiek geopend mogen zijn. bezoekerschipkaart: een chipkaart waarmee bewoners van de binnenstad hun bezoekers tegen gereduceerd tarief kunnen laten parkeren, volgens door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen nadere regels; parkeermunt: een betaalmunt waarmee bewoners van de binnenstad hun bezoekers tegen gereduceerd tarief kunnen laten parkeren, volgens door burgemeester en wethouders vast te stellen nadere regels.

Rechtspraak bij dit artikel