Naar hoofdinhoud

Artikel 4

- Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van leges 2011

1.. Geen leges worden geheven van openbare besturen, openbare instellingen en ambtenaren, waaronder begrepen opsporingsambtenaren in het kader van de opsporing van de strafbare feiten, voor het verrichten van werkzaamheden in het openbare belang of voor studie- en onderzoeksdoeleinden. 2.. Geen leges worden geheven voor een vergunning als bedoeld in Hoofdstuk 11 van de bij deze verordening behorende tarieventabel van: degenen, die ten gevolge van een vordering krachtens de Huisvestingswet, worden verplicht naar een andere woongelegenheid te verhuizen; degenen, die met het oogmerk om aan woonruimte behoevende derden woongelegenheid te verschaffen, vrijwillig naar een kleinere woongelegenheid verhuizen; kinderen, die in de ouderlijke macht terugkeren; degenen, die onder voogdij zijn gesteld als bedoeld in artikel 3 van de "Rompwet Instellingen van Weldadigheid". 3.. Geen leges worden geheven voor: bewijzen van onvermogen; stukken voor pensioen, lijfrente, wachtgeld, loon of bezoldiging; beschikkingen of afschriften daarvan voor aanstelling, benoeming, bevordering, ontslag, toekenning van bezoldiging, vergoeding of toelage, dan wel verhoging of verlaging hiervan, betreffende een gemeenschappelijke functie of dienstverrichting jegens de gemeente; beschikkingen of afschriften daarvan op verzoeken om subsidie uit de gemeentekas; beschikkingen op verzoek- en/of bezwaarschriften betreffende plaatselijke belastingen; stukken welke algemeen verkrijgbaar worden gesteld in het kader van de voorlichting aan de bevolking. 4.. Geen leges worden geheven voor diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald.

Rechtspraak bij dit artikel