De belastingschuld ontstaat bij het begin van het
heffingstijdvak.
Indien de belastingplicht in de loop van het heffingstijdvak
aanvangt, ontstaat de belastingschuld bij de aanvang van de
belastingplicht. Het verschuldigde bedrag wordt alsdan berekend voor
zoveel twaalfde gedeelten van het jaartarief als er na de aanvang
van de maand waarin de belastingplicht ontstaat maanden
overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het tijdvak eindigt bestaat
aanspraak op ontheffing voor de naar jaartarieven geheven
precariobelasting voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat
tijdvak verschuldigde precariobelasting als er in dat tijdvak, na
het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
overblijven.
Belastingbedragen tot € 10,00 worden niet geheven
Voor de toepassing van het bepaalde in het vierde lid wordt het
totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen aangemerkt
als één belastingaanslag.
Artikel 9
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van rechten 2006