Indien voor de toewijzing van een beschikbare vaste standplaats meer aanvragers in aanmerking komen, wordt de standplaats achtereenvolgens toegewezen aan:
de vergunninghouder van een vaste standplaats die aan het college schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven van standplaats te willen veranderen, in volgorde van plaatsing op de anciënniteitslijst;
degene die zich op de wachtlijst heeft laten inschrijven, in volgorde van inschrijving op deze lijst.
Artikel 12
Overschrijving vaste-standplaatsvergunning
Ingeval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder kan de vaste-standplaatsvergunning worden overgeschreven op de achterblijvende echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere achterblijvende persoon met wie hij duurzaam samenwoonde.
Indien de vergunning niet kan worden overgeschreven op grond van het eerste lid, kan een kind van de vergunninghouder de vergunning voor een vaste standplaats krijgen indien hij tenminste drie jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd en zich heeft laten inschrijven op de wachtlijst.
Een aanvraag tot overschrijving wordt ingediend binnen twee maanden na het overlijden van de vergunninghouder of nadat de blijvende arbeidsongeschiktheid is vastgesteld.
Het college is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken van het bepaalde in dit artikel.
Artikel 13 Intrekking vaste-standplaatsvergunning
Het college trekt een vaste-standplaatsvergunning in:
op schriftelijk verzoek van de vergunninghouder;
bij overlijden van de vergunninghouder, tenzij op grond van artikel 12 de vergunning wordt overgeschreven.
Het college kan een vaste-standplaatsvergunning intrekken:
indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt;
indien de vergunninghouder niet meer voldoet aan de in artikel 6 genoemde vereisten.
Indien degene op wie een vergunning ingevolge artikel 12 is overgeschreven, reeds vergunning heeft voor een andere vaste standplaats op dezelfde markt, wordt laatstgenoemde vergunning ingetrokken.
Artikel 14 Toewijzing dagplaats
Toewijzing van een dagplaats geschiedt door afgifte van een vergunning door het college op het moment dat de standplaats niet als vaste standplaats wordt ingenomen.
De dagplaats wordt toegewezen overeenkomstig de plaats op de wachtlijst van de gegadigden die zich daarvoor op de dag zelf op een door het college vastgesteld tijdstip aanmelden bij de marktmeester.
Indien (overeenkomstig het bepaalde in artikel 9 lid 5) voor een markt geen wachtlijst wordt gehanteerd, bepaalt het college bij nadere regels hoe de toewijzing van dagplaatsen op die markt verloopt.
Artikel 15 Toewijzing standwerkersplaats
Het college wijst een standwerkersplaats toe door middel van loting.
Het is een ingeschrevene op de wachtlijst niet toegestaan deel te nemen aan de loting voor een standwerkersplaats zolang deze inschrijving niet definitief is vervallen.
Indien een standwerker zich wil doen bijstaan, meldt hij dit vooraf aan de marktmeester onder vermelding van de naam van degene die hem zal bijstaan. Degene die hem zal bijstaan, mag niet op eigen naam deelnemen aan de loting.
Paragraaf 3 Bepalingen over het gebruik van de standplaats
Artikel 16 Persoonlijk innemen standplaats; bijstand
De vergunninghouder neemt de standplaats die hem is toegewezen persoonlijk in. Hij mag de standplaats niet aan een ander afstaan of in gebruik geven.
De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.
De vergunninghouder en degene die hem bijstaat mogen zich niet schuldig maken aan wangedrag of bedrog.
Artikel 17 Aantal keren innemen vaste standplaats
De vergunninghouder van een vaste standplaats neemt tenminste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken zijn standplaats op de markt in, dit met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 18 en 19.
Artikel 18 Afwezigheid wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden
De vergunninghouder van een vaste standplaats die wegens ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden verhinderd is zijn vaste standplaats in te nemen, deelt dit schriftelijk mee aan het college. Bij vakantie geeft de vergunninghouder aan hoe lang zijn afwezigheid duurt.
De schriftelijke mededeling wordt tijdig voor de desbetreffende marktdag gedaan. Plotselinge verhindering wordt mondeling of telefonisch aan de marktmeester gemeld, gevolgd door een schriftelijke bevestiging daarvan aan het college.
Artikel 19 Ontheffing en vervanging
Ingeval van ziekte, vakantie of bijzondere omstandigheden kan het college op aanvraag van de vergunninghouder van een vaste standplaats hem tijdelijk ontheffing verlenen van de verplichting om tenminste eenmaal per twee weken en tienmaal per dertien weken de standplaats op de markt in te nemen.
Het college kan op aanvraag van de vergunninghouder hem vergunning verlenen zich op zijn standplaats te laten vervangen door een met name genoemde persoon.
Artikel 20
Legitimatie en identiteit vergunninghouder
Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is.
De vergunninghouder dient bij zijn standplaats duidelijk zichtbaar zijn naam en eventuele bedrijfsnaam aan te geven.
Artikel 21 Tijdstip innemen standplaats; aan- en afvoer goederen
Het is verboden voor vergunninghouders op het marktterrein meer dan 3 uur voor aanvang en meer dan 1,5 uur na afloop van de markt met een voertuig, goederen of anderszins ruimte in te nemen of goederen aan of af te voeren.
De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen. Het college kan hiervan ontheffing verlenen.
Indien de vergunninghouder zijn vaste standplaats niet uiterlijk 0,5 uur vóór aanvang der markt heeft ingenomen, wordt de desbetreffende standplaats voor die dag als dagplaats aangemerkt, tenzij de marktmeester de standplaats op tijdig verzoek van de vergunninghouder voor hem beschikbaar houdt.
Paragraaf 4 Straf-, overgangs- en slotbepalingen
Artikel 22 Strafbepaling
Overtreding van het bepaalde bij of krachtens deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste drie maanden en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Artikel 23 Intrekking en schorsing vaste-standplaatsvergunning
Onverminderd artikel 13 kan het college een vergunning voor een vaste standplaats, al dan niet voorwaardelijk, intrekken dan wel telkens voor ten hoogste vier achtereenvolgende marktdagen schorsen, indien de vergunninghouder of een persoon die hem bijstaat:
het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;
zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog; of
niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.
Artikel 24 Uitsluiting dagplaatshouder of standwerker
Het college kan een vergunninghouder van een dagplaats of een standwerkersplaats van de toewijzing van een dagplaats of een standwerkersplaats uitsluiten voor ten hoogste vier marktdagen, indien deze:
het bepaalde bij of krachtens deze verordening overtreedt;
zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats;
niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet, dat wordt geheven op grond van artikel 229 van de Gemeentewet.
Artikel 25 Onmiddellijke verwijdering
Onverminderd het bepaalde in artikel 125 van de Gemeentewet kan het college een vergunninghouder gelasten zich onmiddellijk van de markt te verwijderen, indien hij:
het bepaalde bij of krachtens deze verordening of de voorschriften van de vergunning overtreedt;
zich op de markt schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;
niet als standwerker actief is op een hem toegewezen standwerkersplaats.
Artikel 26 Toezichthouders
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de marktmeester(s) en de bij besluit van het college aangewezen personen.
Artikel 27 Intrekking oude regeling
De marktverordening 2001, vastgesteld op 8 maart 2001, wordt ingetrokken.
Artikel 28 Overgangsbepalingen
Besluiten van het college die genomen zijn krachtens de Marktverordening 2001 gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.
De bestaande anciënniteits- en wachtlijsten worden geacht anciënniteits- en wachtlijsten in de zin van deze verordening te zijn.
Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om vergunning op grond van de Marktverordening 2001 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening niet definitief op de aanvraag is beslist, wordt daarop deze verordening toegepast.
Artikel 29 Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na het verstrijken van een termijn van zes weken na de datum van publicatie.
Artikel 30 Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als: Marktverordening 2003.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van
De voorzitter,
De griffier,
Hoofdstuk › Paragraaf 2
Artikel 11
Volgorde toewijzing vaste standplaatsen
Onderdeel van Marktverordening 2003