Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Paragraaf 2

Artikel 17

Spreekrecht burgers

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2004

1.. De voorzitter inventariseert bij opening van de vergadering of er burgers zijn die gebruik wensen te maken van het spreekrecht. De voorzitter kan de spreektijd van inspreker maximeren tot 5 minuten per inspreker met een gezamenlijke maximum spreektijd van 30 minuten. 2.. De voorzitter stelt de agendapunten waarover de burgers vooraf en eventueel in tweede termijn wensen vragen te stellen of opmerkingen te maken, in een door hem/haar te bepalen volgorde, eerst bespreekbaar. 3.. De voorzitter stelt ten aanzien van de overige agendapunten, inbegrepen de onderwerpen die door de leden van de commissie in de rondvraag aan de orde gesteld, de burgers eenmaal in de gelegenheid vragen te stellen of opmerkingen te maken, nadat de commissie daarover in eerste termijn heeft beraadslaagd. 4.. De commissie kan bij de aanvang of in de loop van de beraadslaging een regeling treffen ten aanzien van de spreektijd van de insprekers.

Rechtspraak bij dit artikel