Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4a

Plaatsvervangende leden van buiten de raad

Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2004

a. De raad kan voor de vertegenwoordiging van fracties of politieke groeperingen op voorstel van zodanige fractie of groepering een plaatsvervangend lid van buiten de zittende raad benoemen. De betreffende fractie of groepering is in haar voorstel beperkt tot de lijst, zoals die door het centraal stembureau, overeenkomstig artikel P19 van de Kieswet, is vastgesteld aan de hand van de definitieve uitslag van de laatstgehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad. Het aantal te benoemen niet-raadsleden bedraagt per fractie bedraagt ten hoogste één. De overeenkomstig lid 1 sub a van dit artikel benoemde persoon geeft per omgaande schriftelijk bericht aan de raad over het al dan niet aannemen van zijn of haar benoeming. In het geval de overeenkomstig lid 1 sub a van dit artikel benoemde persoon de benoeming niet aanneemt of het bericht als bedoeld in lid 1 sub c van dit artikel langer dan zeven dagen, gerekend vanaf de datum van benoeming, uitblijft dan benoemt de raad in zijn eerstvolgende vergadering op voorstel van de fractie of groepering een ander persoon van de lijst als bedoeld in lid 1 sub a van dit artikel. a. Voor toelating van een overeenkomstig lid 1 van dit artikel benoemde plaatsvervanger gelden de eisen ten aanzien van lidmaatschap, openbaarmaking van nevenfuncties en onverenigbare betrekkingen overeenkomstig de bepalingen in de artikelen 10 tot en met 13 van de Gemeentewet. Wanneer de plaatsvervanger, zoals bedoeld in lid 1 niet voldoet aan de eisen genoemd in lid 2 sub a van dit artikel dan benoemt de raad in zijn eerstvolgende vergadering op voorstel van de fractie of groepering een ander persoon van de lijst als bedoeld in lid 1 sub a van dit artikel. a. Het lidmaatschap van een overeenkomstig lid 2 sub a van dit artikel toegelaten plaatsvervanger vangt aan met ingang van de eerste vergadering van de commissie(s)waarin de plaatsvervanger is benoemd, volgend op die benoeming. Het lidmaatschap eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraad afloopt of zoveel eerder als niet meer wordt voldaan aan de eisen als bedoeld in lid 2 sub a van dit artikel, danwel de plaatsvervanger tussentijds uit zijn of haar functie wordt ontslagen. Op het tussentijds nemen van ontslag is het bepaalde in artikel X2 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing. In het geval van een tussentijdse plaatsvervangers-vacature benoemt de raad in zijn eerstvolgende vergadering op voorstel van de fractie of groepering een ander persoon van de lijst als bedoeld in lid 1 sub a van dit artikel. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de plaatsvervangende leden die geen lid zijn van de raad in hun/(een) eerste commissievergadering, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: «Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid/plaatsvervangend lid van de commissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid/plaatsvervangend lid van de commissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!» (Dat verklaar en beloof ik!») Voor plaatsvervangende leden als bedoeld in dit artikel gelden de verboden handelingen en stemmingen overeenkomstig het bepaalde in artikel 15 respectievelijk artikel 28 van de Gemeentewet. De raad kan een plaatsvervangend lid als bedoeld in dit artikel, op voordracht van de desbetreffende fractie of groepering, ontslaan. In zodanig geval is het bepaalde in lid 4 van dit artikel van toepassing. Voor plaatsvervangende leden als bedoeld in dit artikel is de gemeentelijke "Regeling geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden 1994" of enige daarvoor in de plaats komende regeling van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel