a. De raad kan voor de vertegenwoordiging van fracties of
politieke groeperingen op voorstel van zodanige fractie of
groepering een plaatsvervangend lid van buiten de zittende raad
benoemen. De betreffende fractie of groepering is in haar
voorstel beperkt tot de lijst, zoals die door het centraal
stembureau, overeenkomstig artikel P19 van de Kieswet, is
vastgesteld aan de hand van de definitieve uitslag van de
laatstgehouden verkiezing van de leden van de gemeenteraad.
Het aantal te benoemen niet-raadsleden bedraagt per fractie
bedraagt ten hoogste één.
De overeenkomstig lid 1 sub a van dit artikel benoemde persoon
geeft per omgaande schriftelijk bericht aan de raad over het al
dan niet aannemen van zijn of haar benoeming.
In het geval de overeenkomstig lid 1 sub a van dit artikel
benoemde persoon de benoeming niet aanneemt of het bericht als
bedoeld in lid 1 sub c van dit artikel langer dan zeven dagen,
gerekend vanaf de datum van benoeming, uitblijft dan benoemt de
raad in zijn eerstvolgende vergadering op voorstel van de
fractie of groepering een ander persoon van de lijst als bedoeld
in lid 1 sub a van dit artikel.
a. Voor toelating van een overeenkomstig lid 1 van dit artikel
benoemde plaatsvervanger gelden de eisen ten aanzien van
lidmaatschap, openbaarmaking van nevenfuncties en onverenigbare
betrekkingen overeenkomstig de bepalingen in de artikelen 10 tot
en met 13 van de Gemeentewet.
Wanneer de plaatsvervanger, zoals bedoeld in lid 1 niet voldoet
aan de eisen genoemd in lid 2 sub a van dit artikel dan benoemt
de raad in zijn eerstvolgende vergadering op voorstel van de
fractie of groepering een ander persoon van de lijst als bedoeld
in lid 1 sub a van dit artikel.
a. Het lidmaatschap van een overeenkomstig lid 2 sub a van dit
artikel toegelaten plaatsvervanger vangt aan met ingang van de
eerste vergadering van de commissie(s)waarin de
plaatsvervanger is benoemd, volgend op die benoeming.
Het lidmaatschap eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van
de gemeenteraad afloopt of zoveel eerder als niet meer wordt
voldaan aan de eisen als bedoeld in lid 2 sub a van dit artikel,
danwel de plaatsvervanger tussentijds uit zijn of haar functie
wordt ontslagen.
Op het tussentijds nemen van ontslag is het bepaalde in artikel
X2 van de Kieswet van overeenkomstige toepassing.
In het geval van een tussentijdse plaatsvervangers-vacature
benoemt de raad in zijn eerstvolgende vergadering op voorstel
van de fractie of groepering een ander persoon van de lijst als
bedoeld in lid 1 sub a van dit artikel.
Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de
plaatsvervangende leden die geen lid zijn van de raad in
hun/(een) eerste commissievergadering, in handen van de
voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af:
«Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid/plaatsvervangend lid
van de commissie benoemd te worden, rechtstreeks noch
middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift
of gunst heb gegeven of beloofd.
Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te
doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of
enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat
ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als
lid/plaatsvervangend lid van de commissie naar eer en geweten
zal vervullen.
Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!» (Dat verklaar en beloof
ik!»)
Voor plaatsvervangende leden als bedoeld in dit artikel gelden
de verboden handelingen en stemmingen overeenkomstig het
bepaalde in artikel 15 respectievelijk artikel 28 van de
Gemeentewet.
De raad kan een plaatsvervangend lid als bedoeld in dit artikel,
op voordracht van de desbetreffende fractie of groepering,
ontslaan. In zodanig geval is het bepaalde in lid 4 van dit
artikel van toepassing.
Voor plaatsvervangende leden als bedoeld in dit artikel is de
gemeentelijke "Regeling geldelijke voorzieningen raads- en
commissieleden 1994" of enige daarvoor in de plaats komende
regeling van toepassing.
Hoofdstuk 2
Artikel 4a
Plaatsvervangende leden van buiten de raad
Onderdeel van Verordening op de raadscommissies 2004