In deze verordening wordt verstaan onder:
de wet: de Wet investeren in jongeren;
gehuwdennorm: de norm bedoeld in artikel 28, eerste lid onderdeel d, van de wet;
inkomensvoorzieningsnorm: de op grond van de artikelen 26 tot en met 29 op de jongere van toepassing zijnde norm, vermeerderd of verminderd met de op grond van de artikelen 30 tot en met 35 door het college vastgestelde verhoging of verlaging.
college: het college van burgemeester en wethouders;
woning: een woning als bedoeld in artikel 1, onderdeel j, Wet op de huurtoeslag, als mede een woonwagen of woonschip, als bedoelt in artikel 3, zesde lid, Wet werk en bijstand;
woonkosten:
indien een huurwoning wordt bewoond, de per maand geldende huurprijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de huurtoeslag;
Indien een eigen woning wordt bewoond, de tot een bedrag per maand omgerekende som van de verschuldigde hypotheekrente en de in verband met het in eigendom hebben van de woning te betalen zakelijke lasten en een naar omstandigheden vast te stellen bedrag voor onderhoud;
kamerbewoner: degene die op commerciële basis een kamer huurt en bewoont.
WWB: Wet werk en bijstand