Dit artikel bepaalt dat het college in bijzondere gevallen ten gunste van de aanvrager kan afwijken van de bepalingen van deze verordening. Zonodig wordt hierbij advies ingewonnen van de commissie Welstand en Monumenten. Dit afwijken kan alleen maar ten gunste en nooit ten nadele van de betrokken aanvrager.
Gedacht kan worden aan een situatie waar het, vanwege de staat waarin het monument verkeerd, van belang is dat begonnen wordt met de werkzaamheden voordat men bericht ontvangen heeft over de subsidieverlening. Verder wordt met nadruk gemeld dat dit beperkt dient te blijven tot bijzondere gevallen. Het gebruik maken van de hardheidsclausule moet beschouwd worden als een uitzondering. Het college moet dan ook bij toepassing van deze clausule, in verband met precedentwerking, extra zorgvuldig motiveren waarom in die situatie van de verordening wordt afgeweken.
Artikel 23
Artikel 23
Onderdeel van SUBSIDIEVERORDENING MONUMENTEN EN CULTUURHISTORISCHE WAARDEN LINGEWAARD 2007