Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, letter b dat de verordening in ieder geval de grondslagen bevat voor de berekening van de door het gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten. De grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de samenstelling van de kostprijs van de diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening worden gebracht. In artikel 7 van de verordening staan de kaders voor de bepaling van de kostprijzen van de gemeentelijke diensten.
Lid 1 van het artikel bepaalt dat de kostprijs bestaat uit de directe kosten en de indirecte kosten.
Het tweede lid bepaalt dat onder de indirecte kosten ook kan worden begrepen de compensabele BTW. Deze kan worden doorbelast in het rioolrecht en de afvalstoffenheffing. De kaders in het artikel vormen de basis waarbinnen het college zijn systematiek van kostentoerekening kan vormgeven en de kostenverdeelsleutels voor de toerekening van indirecte kosten kan vaststellen.
Bij de jaarrekening wordt de bij de begroting bepaalde omslagrente gehanteerd. In de praktijk zullen zich verschillen voordoen met betrekking tot de hoogte van de geldleningen, eigen vermogen en voorzieningen. Het daardoor ontstane verschil in de toerekening wordt in de jaarrekening toegelicht.