De raad stelt tenminste tien weken voor het te houden referendum
met inachtnemening van het bepaalde in deze verordening en,
indien van toepassing, gelet op het advies van de commissie als
bedoeld in lid 2, de datum en de formulering van de
vraagstelling van het te houden referendum vast. De datum waarop
het referendum plaatsvindt ligt binnen vijf maanden na de dag
waarop de raad heeft besloten tot het houden van het
referendum.
De raad kan zich ter voorbereiding van het referendum laten
adviseren door een hiertoe door hem in te stellen commissie van
ten hoogste vijf leden.
De raad kan de in het tweede lid bedoelde commissie in ieder
geval advies vragen over:
de formulering van de vraagstelling van het referendum;
de wijze waarop gestemd wordt;
de wijze waarop van gemeentezijde voorlichting over het
referendum wordt verstrekt;
organisatorische kwesties.
In het referendum wordt van de kiesgerechtigden een oordeel
gevraagd over de vraagstelling, waarbij afhankelijk van de
vraagstelling de mogelijkheid wordt geboden om:
vóór of tegen het voorstel te stemmen;
een keuze te maken uit verschillende aangedragen
oplossingen of oplossingsrichtingen;
een combinatie van de mogelijkheid genoemd onder a en
b.
De raad stelt nadat hij besloten heeft om een referendum te
houden tevens een budget beschikbaar voor voorlichting en
organisatie van het referendum.
Burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering van het
besluit van de gemeenteraad tot het houden van een referendum.
Burgemeester en wethouders regelen de bestuurlijke en ambtelijke
coördinatie.