Naar hoofdinhoud
1. Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden, is verplicht hiervan gebruik te maken. 2. De persoon, die deelneemt aan een voorziening, is gehouden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de Wet werk en bijstand, de Ioaw, de Ioaz, de Wet Structuur uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. 3. Indien een uitkeringsgerechtigde, die deelneemt aan een voorziening,waaronder maatschappelijke participatie, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de maatregelenverordening Wet werk en bijstand. 4. Indien de persoon, die gebruik maakt van een voorziening,waaronder maatschappelijke participatie, niet voldoet aan het gestelde in het tweede lid, kan het college de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen. Dit wordt nader uitgewerkt in beleidsregels. 5. Indien de persoon die aan een voorziening deelneemt zijn verplichtingen in het kader van de Wwb en/of verordening niet nakomt of niet meer behoort tot de doelgroep van deze wet, kan het college de voorziening beëindigen. 6. Weigeringsgronden bij het aanbieden van voorzieningen voor niet uitkeringsgerechtigden worden nader uitgewerkt in beleidsregels.

Rechtspraak bij dit artikel