**1.** Bij de inzet van voorzieningen wordt gekozen voor die voorziening,
die beschikbaar is en die adequaat en toereikend is voor het doel
dat beoogd wordt.
**2.** Bij de afweging of een voorziening noodzakelijk is en welke
voorziening in dat geval het meest geschikt is voor de persoon,
betrekt het college in elk geval de mogelijkheden en de
belemmeringen van de persoon en de situatie op de arbeidsmarkt.
Daarbij houdt het college rekening met de mantelzorgtaken en de
zorgtaken van alleenstaande ouders met kinderen tot 12 jaar.
**3.** Het college kan, voordat besloten wordt tot ondersteuning, dan wel
inzet van een voorziening, een onderzoek (laten) doen naar de
mogelijkheden van de persoon uit de doelgroep en naar de
geschiktheid van ondersteuning, dan wel voorzieningen gericht op
arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie.
**4.** Het college weigert de inzet van een voorziening, indien de persoon
uit de doelgroep aanspraak kan maken of beroep kan doen op een
voorziening buiten de wet om, die naar het oordeel van het college
in voldoende mate bijdraagt aan de arbeidsinschakeling.
**5.** Het college weigert de inzet van een voorziening als het
budgetplafond, dat door het college voor de betreffende voorziening
kan worden ingesteld, is bereikt. Indien een ingesteld budgetplafond
bereikt wordt, biedt het college een andere voorziening als
alternatief aan.
**6.** Het aanbod van een voorziening geschiedt in de vorm van een
overeenkomst, waarbij wordt vastgelegd dat de belanghebbende de
kosten van de reïntegratievoorziening geheel of gedeeltelijk zal
terugbetalen ingeval hij/zij verwijtbaar niet of niet naar behoren,
gebruik maakt van de aangeboden voorziening. Het college stelt
hiervoor nadere beleidsregels op.
Hoofdstuk 3
Artikel 8
Inzet van voorzieningen
Onderdeel van Reïntegratie- en Participatieverordening Wet werk en bijstand 2008 gemeente Lingewaard