Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 8

Inzet van voorzieningen

Onderdeel van Reïntegratie- en Participatieverordening Wet werk en bijstand 2008 gemeente Lingewaard

1. Bij de inzet van voorzieningen wordt gekozen voor die voorziening, die beschikbaar is en die adequaat en toereikend is voor het doel dat beoogd wordt. 2. Bij de afweging of een voorziening noodzakelijk is en welke voorziening in dat geval het meest geschikt is voor de persoon, betrekt het college in elk geval de mogelijkheden en de belemmeringen van de persoon en de situatie op de arbeidsmarkt. Daarbij houdt het college rekening met de mantelzorgtaken en de zorgtaken van alleenstaande ouders met kinderen tot 12 jaar. 3. Het college kan, voordat besloten wordt tot ondersteuning, dan wel inzet van een voorziening, een onderzoek (laten) doen naar de mogelijkheden van de persoon uit de doelgroep en naar de geschiktheid van ondersteuning, dan wel voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling of maatschappelijke participatie. 4. Het college weigert de inzet van een voorziening, indien de persoon uit de doelgroep aanspraak kan maken of beroep kan doen op een voorziening buiten de wet om, die naar het oordeel van het college in voldoende mate bijdraagt aan de arbeidsinschakeling. 5. Het college weigert de inzet van een voorziening als het budgetplafond, dat door het college voor de betreffende voorziening kan worden ingesteld, is bereikt. Indien een ingesteld budgetplafond bereikt wordt, biedt het college een andere voorziening als alternatief aan. 6. Het aanbod van een voorziening geschiedt in de vorm van een overeenkomst, waarbij wordt vastgelegd dat de belanghebbende de kosten van de reïntegratievoorziening geheel of gedeeltelijk zal terugbetalen ingeval hij/zij verwijtbaar niet of niet naar behoren, gebruik maakt van de aangeboden voorziening. Het college stelt hiervoor nadere beleidsregels op.

Rechtspraak bij dit artikel