Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van Verordening burgerinitiatief Lingewaard 2005

De raad beslist in de eerstvolgende vergadering na de datum van indiening van het verzoek of het burgerinitiatiefvoorstel op de agenda van de vergadering van de raad wordt geplaatst, met dien verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag van de vergadering waarin op het verzoek wordt beslist. De raad gaat in ieder geval tot plaatsing op de agenda over, indien aan alle indieningscriteria is voldaan. Indien de raad het verzoek afwijst wegens strijd met artikel 4, onder a, kan de raad het voorstel doorzenden aan het college van burgemeester en wethouders. Indien de raad het verzoek toewijst, dan agendeert hij het burgerinitiatiefvoorstel voor de eerstvolgende vergadering van de raad. Voorafgaand aan deze raadsvergadering vindt behandeling plaats in de betrokken raadscommissie. De voorzitter van de raad danwel het presidium nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatiefvoorstel mondeling nader toe te lichten en/of met de raadscommissie in discussie te gaan. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan verzoeker.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel