Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 21

Verbodsbepalingen en vergunningen m.b.t. archeologische monumenten

Onderdeel van Monumentenverordening Vught 2010

1.. Het is verboden ter plaatse van een gemeentelijk archeologisch monument door middel van ingrepen de bestemming van de grond te veranderen,waardoor het grondwaterpeil verandert of graafwerk moet worden verricht op een diepte van meer dan 0,5 m onder het maaiveld. 2.. Nadat advies is ingewonnen bij de opgravingbevoegde instantie, kan het bevoegd gezag vergunning verlenen voor graafwerk onder 0,5 m, indien het toezicht en de bescherming van het gemeentelijk archeologisch monument is geregeld door: de mogelijkheid van toegang van door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen op het terrein; de mogelijkheid van de onder a) genoemde personen om -in overleg en in samenspraak met het college van burgemeester en wethouders graafwerk en/of documentatiewerkzaamheden te (laten) verrichten. 3.. Op het aanvragen en verlenen van een vergunning als bedoeld in het tweede lid van dit artikel is het bepaalde in de artikelen 9 t/m 13 van overeenkomstige toepassing, waarbij de Monumentencommissie optreedt als adviserende instantie. 4.. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel